Verdriet vraagt geen oplossing. Het vraagt ruimte
Wat niet doorstroomt, blijft ergens staan.
Verdriet dat nooit aan de beurt kwam
Er was een begrafenis en daarna moest je verder. Er was een scheiding en de kinderen hadden je nodig. Er was een diagnose en jij was degene die sterk bleef. Er was een jeugd waarin niemand vroeg hoe het met jou was.
Dat verdriet is niet weg. Het staat opzij, netjes, jarenlang. Tot iets kleins de deur openzet: een liedje, een geur, een opmerking van iemand die niet wist wat hij aanraakte.
Ik zie het vaak terug in de eerste minuten van een gesprek. Iemand vertelt droog en feitelijk, bijna alsof het over iemand anders gaat. Pas bij een detail, de trui die nog in de kast hangt, verandert de stem.
Wat wegdrukken kost
Verdriet weghouden is geen passieve daad. Het vraagt spierkracht, dag in dag uit. Mensen merken dat aan vermoeidheid die niet met slaap te maken heeft, aan een vlak gevoel, aan minder kunnen genieten van dingen die vroeger raakten.
Wie één gevoel afsluit, sluit vaak de hele leiding af. Daarom komen blijdschap en verdriet meestal samen terug. Zie ook altijd moe .
Waarom troost van anderen soms niet aankomt
Mensen om je heen willen helpen en doen dat vaak door het te verzachten. Het hoort bij het leven. Hij heeft niet geleden. Je bent nog jong. Elke opmerking is goedbedoeld en elke opmerking maakt de deur een stukje kleiner.
Wat verdriet nodig heeft is iemand die niets komt oplossen. Die blijft zitten terwijl het er is. Dat is precies wat een gesprek in de praktijk anders maakt dan een gesprek aan de keukentafel.
Ik hoor mensen zich er vaak voor verontschuldigen dat ze een gesprek met een goedbedoelende buurvrouw afkappen omdat ze het advies er niet meer bij kunnen hebben. Dat is geen onaardigheid. Dat is zelfbehoud.
De bewaker die je verdriet tegenhoudt
In psychosynthese kijk ik naar verdriet niet als iets dat je gewoon moet "verwerken", maar als een subpersoon die aan het woord wil komen. Er is een deel in je dat wil huilen, dat de leegte wil voelen, dat naar die persoon of dat leven wil roepen. En er is bijna altijd een ander deel dat dat tegenhoudt: de bewaker.
Die bewaker is niet je vijand. Hij is ooit aangesteld, misschien toen je twaalf was en je moeder ziek werd en er geen ruimte was voor jouw tranen naast die van haar. Hij deed zijn werk goed. Het probleem is dat hij nooit ontslagen is, en nu ook tussen jou en verdriet staat dat wel gevoeld mag worden.
Disidentificatie betekent hier: je merkt de bewaker op zonder hem meteen gelijk te geven. Je zegt niet "ik mag dit niet voelen", je merkt "er is een deel in mij dat zegt dat ik dit niet mag voelen". Vanuit dat kleine stukje afstand, vanuit wat Assagioli het Zelf noemde, kun je zelf beslissen of je nog beschermd wilt worden of dat het tijd is om het verdriet erdoor te laten.
Verdriet dat gezien wordt, wordt kleiner. Verdriet dat weggelegd wordt, wordt zwaarder.
Hoe ik hiermee werk
Langzaam. We gaan niet forceren en niet graven. We kijken waar het verdriet in je lichaam zit en wat er gebeurt als je er even bij blijft in plaats van eromheen te praten.
Ik werk vanuit psychosynthese : het deel in jou dat wil huilen en het deel dat dat tegenhoudt krijgen beide een stem. Dat tegenhoudende deel is geen vijand, het heeft je jarenlang overeind gehouden.
Bij verlies van een dierbare zie rouwverwerking .
Hoe zo'n gesprek bij mij verloopt
Iemand kwam bij me met wat ze "onverklaarbare moeheid" noemde. Pas in het derde gesprek kwam er, bijna toevallig, een zin over haar vader die vijftien jaar eerder overleden was. "Daar heb ik het nooit echt over gehad, dat leek niet meer relevant." We zijn er wel bij stil gaan staan. Niet met een protocol, maar met de vraag wat er gebeurde op de dag van de begrafenis, en wie er toen niet naar haar keek.
Na een paar gesprekken huilde ze voor het eerst in jaren om hem, en niet om de moeheid. De moeheid trok daarna langzaam weg, niet omdat we die behandelden, maar omdat het verdriet eronder eindelijk plek kreeg.
Veelgestelde vragen
Er staat geen termijn op. Wat wel telt is of het verdriet beweegt. Verdriet dat komt en gaat hoort bij een leven. Verdriet dat jarenlang exact hetzelfde blijft, zit meestal ergens vast.
Niet kunnen huilen is geen teken dat je niets voelt. Vaak is er ergens geleerd dat huilen niet kon of niet mocht. In gesprekken komt dat meestal langzaam los.
Nee. Verdriet heeft een onderwerp en beweegt. Depressie voelt vlakker, kleurloos en zonder duidelijke aanleiding. Bij aanhoudende depressieve klachten hoort ook een gesprek met je huisarts.
Praten om het praten niet altijd. Wat helpt is dat er iemand bij is terwijl je voelt wat je alleen niet aandurfde. Dat is een ander soort gesprek.
Zullen we kennismaken?
Het eerste gesprek is gratis en vrijblijvend.